Ingrediënten
BENZYL ALCOHOL
Nederlandse Beschrijving
Benzylalcohol
Functie(s) van dit ingrediënt in cosmetische producten
CONSERVEERMIDDEL
Beschermt cosmetische producten tegen microbieel bederf
GEURSTOF
Versterkt de geur van een product en/of parfumeert de huid
OPLOSMIDDEL
Lost andere stoffen op
VISCOSITEITSREGELAAR
Verhoogt of verlaagt de viscositeit (stroperigheid) van cosmetische producten
Origine
synthetisch/plantaardig (Informatie kan uitsluitend de status weergeven bij de eerste opname van dit ingrediënt in het relevante INCI-woordenboek; technologische vooruitgang kan nieuwe productieopties hebben toegevoegd op basis van stoffen van verschillende oorsprong)
Voorkomen in cosmetica
Parfums, reukwater, aftershaves, diverse geparfumeerde cosmetica
Voorkomen in andere producten
Medische producten en hulpmiddelen, bakkerijproducten en suikerwerk, gelatine, likeur, verfafbijtmiddelen, ontwikkelingsversnellers, carbonpapier, schellak, inkt
Achtergrondinformatie over het gebruik in cosmetica
Als parfum en aromatische samenstelling is benzylalcohol een natuurlijk bestanddeel van veel essentiële bloemenoliën, voornamelijk van aromatische planten zoals ylang-ylang, tuberoos, jasmijn en muurbloem. Benzylalcohol komt ook voor in echte rozenolie, in hyacint- en kassiabloesem- absolues, en in de geur van robinia pseudo-acacacia. Benzylalcohol zit ook in verschillende aromatische balsems (perubalsem, tolubalsem, styrax). Volgens de Europese Cosmeticaverordening [Lv1.1]moet dit ingrediënt afzonderlijk worden vermeld op het etiket van een cosmetisch product. Voor meer informatie over de etiketteringsvereisten voor geurallergenen, zie de sectie Informatie over veilig gebruik. Geurstoffen of mengsels van geurstoffen worden in de cosmetica vaak "reukstoffen" of "parfumoliën" of "parfumoliën" genoemd. Op cosmetische producten worden zij aangegeven met de INCI-naam "PARFUM". Het gaat om onverdunde afzonderlijke stoffen of mengsels daarvan die afkomstig zijn van natuurlijke grondstoffen, of (half)synthetisch kunnen worden vervaardigd. Het zijn de grondstoffen voor de productie van parfum, eau de parfum, eau de toilette, eau de cologne en andere geparfumeerde cosmetische producten. Het gemiddelde gehalte aan geurstoffen in parfum bedraagt 15-30%, in eau de parfum 10-14%, in eau de toilette 6-9%, in eau de cologne 3-5%, in huidcrèmes, shampoos, haar- en deodorantsprays ongeveer 0,2-1% en in deodorantsticks ongeveer 1-3%. De parfumoliën omvatten etherische oliën, harsaroma's en absolues. De bronnen zijn onder andere bloemen, bladeren en stengels, vruchten en vruchtenschillen of wortels van planten; bossen, grassen of kruiden, naalden, harsen en balsems. Bovendien worden alleen verbindingen gebruikt die uit natuurlijke producten zijn geïsoleerd, zoals aldehyden, ketonen, esters, alcoholen enz. (geraniol, citronellal, citral, eugenol, menthol), maar ook halfsynthetische (citronellol, geranylacetaat, jonon) en synthetische geuren (bv. fenylethylalcohol en linalool). Geuren van dierlijke oorsprong, zoals muskus en amber, worden maar zelden gebruikt. Conserveermiddelen beschermen cosmetische producten tegen microbieel bederf en leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van de consument. Conserveermiddelen zijn met name noodzakelijk als een cosmetische formulering water bevat omdat micro-organismen zich kunnen vestigen en vermeerderen in een aquatisch (water-bevattend) milieu. Cosmetica bevatten vaak meer dan één conserverende stof en deze conserverende systemen kunnen tegelijkertijd tegen verschillende bacteriën, gisten of schimmels inwerken. Elk van deze stoffen wordt uitvoerig getest en beoordeeld (individueel of in combinatie). Fabrikanten gebruiken altijd enkel de laagst mogelijke effectieve concentratie in een product, zodat een optimale houdbaarheid en een veilige toepassing zijn gewaarborgd.
Informatie over veilig gebruik
Sommige cosmetische ingrediënten kunnen bij bepaalde mensen een allergische reactie veroorzaken.. Dat betekent niet dat het ingrediënt voor iedereen onveilig is, maar wel dat mensen die weten dat zij allergisch zijn voor een bepaalde stof, producten met deze stof moeten vermijden. Om deze consumenten in de EU te ondersteunen, zijn fabrikanten verplicht om de aanwezigheid van bepaalde geurallergenen afzonderlijk op het etiket te vermelden. Zo kunnen mensen met een bekende geurallergie snel ingrediënten herkennen en producten vermijden die een reactie kunnen veroorzaken. De lijst van geurallergenen die met naam op een cosmetisch product moeten worden vermeld, is vastgelegd in bijlage III van de Europese Cosmeticaverordening [Lv1.1](CPR). Een dergelijke vermelding is vereist wanneer een stof in een product aanwezig is in een concentratie van meer dan 0,01% voor afspoelbare producten en 0,001 % voor niet-afspoelbare producten. In overeenstemming met de laatste wijzigingen van de CPR zullen cosmeticafabrikanten vanaf 31 juli 2026 niet langer 24, maar 81 geurallergenen vermelden op producten die nieuw op de EU-markt worden gebracht. Producten die al op de markt zijn en nog niet aan de nieuwste etiketteringsvoorschriften voldoen, moeten uiterlijk op 31 juli 2028 zijn uitverkocht. De wijziging in de etiketteringsvoorschriften brengt geen verandering aan in de veiligheid of samenstelling van de producten, deze moeten al aan de geldende wettelijke eisen voldoen. Testen op parfumallergieën Als er een vermoeden van een parfumallergie bestaat, beginnen artsen meestal met een eenvoudige huidtest, een zogenoemde patch-test. Kleine hoeveelheden veelvoorkomende contactallergenen, waaronder twee standaard parfummengsels (de zogenaamde parfummix 1 en 2) worden op pleisters aangebracht en op de huid van de rug van de patiënt geplakt. De pleisters blijven ongeveer twee dagen zitten. Nadat de pleisters zijn verwijderd, controleert de arts de huid om te zien of er allergische eczeemachtige reacties zijn opgetreden. Zo kan worden vastgesteld of de huid op een van de geteste stoffen heeft gereageerd. De twee geurmengsels die bij deze test worden gebruikt, bevatten 14 ingrediënten die momenteel op cosmetische producten moeten worden vermeld. Als iemand op een van de mengsels reageert, test de arts de afzonderlijke ingrediënten om te achterhalen welke specifieke stof de allergie veroorzaakt. Volgens een groot Europees onderzoek lijdt ongeveer 2% van de bevolking aan een contactallergie voor ten minste één geurstof, waarbij dit twee keer keer zo vaak vrouwen betreft als mannen. Als er een eerste vermoeden van een geurstofallergie bestaat, kan de allergoloog een epicutane test (plaktest) uitvoeren met twee gestandaardiseerde reeksen parfums (de zogenaamde geurmengsels 1 en 2). Hierbij worden de verdachte allergenen gedurende twee dagen in kleine holtes met een pleister op de huid van de rug gefixeerd. Er wordt gekeken of zich in het testgebied een reactie met roodheid en een ontsteking van de huid, d.w.z. een eczeem, ontwikkelt. Met de twee testreeksen van allergene geurstoffen kan in 70 tot 80% van de gevallen een algemene gevoeligheid voor geurstoffen worden vastgesteld. Vanwege de deels zeer lage concentraties van afzonderlijke geurstoffen in cosmeticaproducten, wordt de drempelconcentratie voor het opwekken van een allergische reactie vanwege contact met een stof waarvoor iemand gevoelig is in veel gevallen niet bereikt onder de toepassingsomstandigheden. Dit geldt met name voor producten die na gebruik weer worden afgespoeld (de zogenaamde rinse-off-producten). In geval van een positieve testreactie op een geurmengsel is het in ieder geval noodzakelijk de afzonderlijke bestanddelen van het mengsel opnieuw te testen. Dat is de enige mogelijkheid om precies aan te tonen voor welke stoffen de persoon allergisch is. Deze stof is uitdrukkelijk goedgekeurd en/of onderworpen aan een beperking als gevolg van een vermelding in Annex III bij de Europese Cosmeticaverordening na een beoordeling door het wetenschappelijk comité voor consumentenveiligheid van de Europese Commissie (SCCS). Beperkingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op zuiverheidscriteria, een maximale concentratie of de beperking tot bepaalde productcategorieën. Behoudens de voorwaarden die eventueel in Annex III worden opgelegd, is het gebruik van deze stof in cosmetische producten veilig. Overeenkomstig de Europese Cosmeticaverordening 1223/2009/EG, die van toepassing is op de gehele Europese markt, worden onder conserveermiddelen stoffen verstaan die uitsluitend of voornamelijk bedoeld zijn om de ontwikkeling van micro-organismen in het cosmetische product tegen te gaan. In Annex V van de Verordening worden de stoffen omschreven die als conserveermiddel in cosmetische producten mogen worden gebruikt. In deze zogenaamde positieve lijst van conserveermiddelen worden maximumconcentraties vastgesteld voor het gebruik van deze stoffen in cosmetische producten en hun toegestane toepassing. Conserveermiddelen worden onderzocht op hun toxicologische veiligheid, voordat zij in Annex V worden opgenomen en worden uitgebreid getest. De producenten moeten de veiligheid voor de gezondheid aantonen in uitgebreide wetenschappelijke onderzoeken.
Verdere informatie
Ter bevestiging van een vermoeden van een contactallergie kan deze stof routinematig worden getest in de plakproef (epicutane test) bij de dermatoloog.
Behoort tot de volgende stofgroepen
Cosmetica Regulering
Cosmetica-ingrediënten zijn wettelijk gereguleerd. Let op: er kunnen andere regels gelden voor cosmetische ingrediënten buiten de EU.



